Garnaalkroketten – Homemade!

“Oostendse Garnalenkroketten, een delicatesse„

Oostendse garnalenkroketten of Vlaamse garnaalkroketten is één van de meest gegeerde warme voorgerechten en blijft de kroket met de onvolprezen Noordzeegarnalen.
Er is niets eenvoudiger dan garnalenkroketten maken (of zoals de Vlamingen zeggen ‘garnaalkroketten’) . Er is niets complexer dan goede garnaalkroketten maken.
Het geheim van een smaakvolle garnaalkroket zit in de garnalenmelk. Het is de basis voor geslaagde kroketten. Verder wil je ook voldoende hele garnalen in je kroket terugvinden en moet de perfecte garnaalkroket een fijne korst hebben, lichtlopend zijn vanbinnen en na 1 kroket nog altijd de zin hebben in een tweede.
Een zelfgemaakte garnaalkroketten met verse, hand-gepelde garnalen is een echte delicatesse. Ze zijn en blijven een topper onder de Vlaamse klassiekers. Garnaalkroketten maken vergt enige moeite, maar het resultaat is fantastisch. Dus maak meteen een grote portie en vries het in.

KlassiekVoorgerecht4 personenBelgië / VlaanderenWarm

Benodigdheden

  • GARNALENMELK
  • Garnalenpantsers
  • Ui – 1 st
  • Groene selder – 2 stengel
  • Wortel – 1 st
  • Tomatenpuree, geconcentreerd – 70 gr (tip 1)
  • Laurier – 3 blaadje
  • Tijm – 3 vers takje
  • Melk, volle – 8,5 dl
  • Room, volle – 2,5 dl
  • Droge witte wijn – 2 dl
  • Cognac – een scheutje
  • Nootmuskaat (versgeraspt)
  • KROKETVULLING
  • Noordzeegarnalen, ongepeld – 1 kg
  • Bloem – 250 gr
  • Boter – 200 gr
  • Gruyère, geraspt – 150 gr (tip 1)
  • Eierdooier – 6 st
  • Plantaardige olie – 1 scheutje (tip 2)
  • Gelatine – 3 blaadjes (tip 3)
  • Zwarte peper (versgemalen)
  • Zeezout
  • PANEREN
  • Bloem – 125 gr
  • Maïzena – 75 gr
  • Eieren – 2 st
  • Plantaardige olie – een scheutje
  • Panko – 200 gr (tip 4)
  • AFWERKING
  • Krulpeterselie – enkele takjes (fijngehakt)
  • Citroen – 1 st (in partjes)
Bereiding: /
Keukengerei
Mengkommen; Hakmolen; 2 Kookpotten; PuntzeefSauteuse; Klopper; Bakpapier of plasticfolie; Snijplank (blauw); Pollepel;
Ondiepe ovenschaal (50 x 25 cm); Friteuse

Voorbereidend werk

  • GARNALENMELK
  • Pel de rode ui en snij ze middendoor op een snijplank (groen) met een groentemes. Snij de ui vervolgens in grove stukken.
  • Was de selderstengels en wortel onder stromend water en snij ze vervolgens in grove stukken.
  • Pel 3/4 van de garnalen en zet de gepelde garnalen meteen in de koelkast (in een kommetje).
  • KROKETVULLING
  • Zeef de bloem door een bolzeef en vang het op in een kom.
  • Klop de eierdooiers in een kommetje los met een garde.

Voorbereiding (12 uur op voorhand)

  • GARNALENMELK
  • Doe de koppen, de pantsers en de rest van ongepelde garnalen in een hakmolen en mix alles tot een brij. Dit is een echte smaakbom.
  • Neem een ruime kookpot en stoof de groenten enkele minuten in een scheut olijfolie op een matig vuur. Roer regelmatig.
  • Voeg tussendoor blaadjes laurier en takjes tijm toe schep de garnalenbrij in de pot.
  • Roer, laat alles kort stoven en doe er de tomatenpuree doorheen (je moet een lichtroze kleur verkrijgen).
  • Laat de rauwe smaak even wegbakken.
  • Blus de kookpot met een scheut cognac en laat de meeste alcohol verdampen.
  • Schenk de witte wijn erin, gevolgd door de melk en de room.
  • Roer alles goed door en breng geleidelijk aan de kook.
  • Voeg een snuifje zout en nootmuskaat toe en voldoende peper.
  • Laat het mengsel een kwartier pruttelen.
  • Zeef de garnalenmelk door een puntzeef. Doe het in beurten en druk telkens de laatste druppels smaak met de bolle kant van een pollepel uit de aromatische garnalenmelk.
  • Proef en breng eventueel verder op smaak met wat peper en zout.
  • KROKETVULLING
  • Laat de gelatineblaadjes weken in koud water.
  • Neem een grote sauteuse en smelt de boter, voor de roux, op een matig vuur.
  • Voeg de gezeefde bloem toe en roer met de garde tot je een malse blonde roux krijgt.
    • De bloem moet gezeefd worden!
  • Laat het mengsel kort bakken zonder te laten kleuren, tot je de geur van gebakken koekjes ruikt. Verwarm de roux dus goed, zodat je geen bloemsmaak krijgt.
  • Schenk de gezeefde garnalenmelk bij de roux en blijf flink roeren met de garde.
    • De roux zorgt in geen tijd voor een stevige binding.
  • Zet het vuur zacht en blijf nog een minuut doorroeren.
  • Knijp de blaadjes gelatine uit en los ze op in de vulling voor de garnaalkroketten.
  • Neem twee mengkommen en scheid de eieren: de dooiers in één kom en 4 eiwitten in een ander kom (dient om de kroketten te paneren, de rest van de eiwitten kunnen ingevroren worden voor later gebruik).
  • Roer de dooiers en de kaas door de stevige vulling.
  • Roer 2/3 van de gepelde garnalen door de vulling. Bewaar de rest om te serveren.
  • Neem een grote ondiepe vlakke schaal met een opstaande rand van minstens 5 centimeter. Strijk de binnenzijde in met een beetje plantaardige olie.
  • Stort de kroketvulling uit op een dikte van ongeveer 2 cm en strijk het oppervlak met een spatel mooi glad.
  • Bedek de bovenzijde van de vulling met een vel bakpapier of plasticfolie en druk aan.
  • Zet de schaal in de koelkast en laat minstens een halve dag of 1 nacht opstijven.

Bereiding

  • PANEREN
  • Zet 3 borden klaar om de kroketten te paneren (dun maar stevig korstje).
  • Schep de bloem en de maizena in het eerste bord.
  • Kluts de eieren in het tweede schaaltje. Roer er een klein scheutje plantaardige olie doorheen
  • Mix de panko fijn in de hakmolen, zodat de (Japanse) broodkruimels de consistentie heeft van klassiek paneermeel.
  • Neem de schaal met vulling uit de koelkast.
  • Leg bakpapier op een snijplank en ontvorm de opgesteven vulling op het bakpapier.
  • Bestrooi de vulling lichtjes met gezeefde bloem.
  • Snijd ze in gelijke blokjes van ongeveer 6 x 4 centimeter, of kroketten van ongeveer 75 g per stuk.
  • Rol het blokje kort door je handen, waardoor je een ronde kroket krijgt (de vorm van een staafje).
    • Je kunt ook vierkante, rechthoekige of ronde kroketten maken.
  • Rol elke kroket eerst door de bloem (met zetmeel), vervolgens door de vier losgeklopt eiwitten (welke apart werden gezet) en tenslotte tweemaal door de panko.
    • Let erop dat je elke stap zorgvuldig uitvoert. de bloem, het ei en het paneerlaagje mag geen zwakke plekken of gaatjes vertonen.
  • Wentel de kroketten nog 1 maal in de panko voor een extra krokant korstje (tip 5).
  • Laat de kroketten nog een kwartiertje opdrogen in de koelkast.
  • BAKKEN
  • Bak de kroketten in een fritketel op 170°C in bescheiden hoeveelheden.
    • Het frituurmandje mag niet propvol liggen, maximum 4 à 5 stuks, anders zakt de temperatuur van de olie te snel. Reken op een baktijd van 5 à 6 minuten.
    • Zolang het frituurolie niet luidruchtig pruttelt, zit je goed.
    • Het korstje hoort goudbruin te zijn, en de vulling heet tot in de kern (snij eentje open om te kijken of de binnenkant ook goed heet is).
  • Laat ze eventjes uitlekken op keukenpapier.

Serveren

  • Serveer de kroketten over borden met wat krulpeterselie en een partje citroen.
  • Verdeel de resterende gepelde grijze garnalen over de vier borden.

Tips

  1. In sommige recepten gebruikt men geen tomatenpuree en/of geraspte kaas en in sommige wel. Probeer de beide en beslis voor jezelf welke van de twee goed oogt en lekker is. De  tomatenpuree kan ook vervangen worden door 2 el tomatenketchup.
  2. Neem als plantaardige olie een neutrale olie zoals arachideolie of zonnebloemolie.
  3. Gelatine is een dikkingsmiddel dat in poeder of heldere blaadjes verkocht wordt. Gelatine wordt verkregen uit de beenderen en de huid van slachtdieren, zoals varkens, maar ook uit runderen, vis,… Gelatine levert een volledig heldere, stijve vloeistof, die ook wel aspic genoemd wordt. Geschikt voor koude sauzen (niet boven de 25°C), puddingen, bavarois, mousses, terrines, aspics, geleien.
    • Poedergelatine maak je eerst met een koude vloeistof aan. Het poeder neemt het water op en daarna kun je het toevoegen aan de warme vloeistof (bijvoorbeeld melk of bouillon). De hoeveelheid koud water moet ± vijf maal zoveel zijn als het gewicht van de gelatine die je gaat weken.
    • Bladgelatine moet je altijd eerst weken in koud water. Na het weken moet je de blaadjes uitknijpen en voegen aan een warme vloeistof (bijvoorbeeld melk voor een bavarois of bouillon voor een aspic).
  4. Panko is een soort paneermeel dat in de Japanse keuken wordt gebruikt om gebakken of gefrituurde etenswaren van een knapperige korst te voorzien. Panko is er in verschillende variëteiten en wordt gemaakt van gebakken of gestoomd brood op basis van tarwebloem, glucose, gist en plantaardig vet en geeft een krokantere en luchtigere structuur dan gebruikelijk is bij paneermeel dat gebruikt wordt in de westerse keuken.
  5. Bewaar de rest van de (ongebakken) kroketten in de diepvriezer, in een goed afgesloten diepvriesdoos met een diepvriesetiket. Strooi er royaal paneermeel tussen, zodat ze niet vastkleven of wak worden.

Drankadvies

  • Bij zo’n machtig voorgerecht past een machtige wijn: een Chablis of een Sancerre.
  • Maar ook een Rodenbach bier doet het uitstekend.

InfoEdge

Meer info over
Kroket (Wiki/Nl)
Croquette (WikiEn)

Ook interessant


Gevulde Aardappel Met Grijze Garnalen

Quiche Lorraine

Toast Champignon
white_background43 white_background43

Voel je vrij om te reageren op ieder gepost recept: heb je vragen, aan- of opmerkingen, tips of suggesties over het recept, laat het dan weten: aan KOOKRECEPTEN via mail of aan de lezers (men kan een reactie achter laten op ieder gepost recept of pagina).

KOKEN DOE JE OP GEVOELCopyright “KOOKRECEPTEN”

Schorseneren met bechamelsaus

“Schorseneren is een onterechte vergeten groente!„

Hoe lang is het geleden dat je nog verse schorseneren hebt gekocht, laat staan klaargemaakt? Heb je het al wel eens zelf klaargemaakt is dan nog maar de vraag? En waarom: omdat het schoonmaken van deze bruine en ietwat plakkerige wortels tijd en moeite vergt en je je handen na het schoonmaken niet meer proper kreeg. Koos je Ben je daarom overgegaan naar kant-en-klare schorseneren uit blik of diepvries. Dan wordt het tijd dat je terug overstapt, want zoals bij alle groenten geldt dat niets boven de smaak van vers gaat.
Voor diegene het vergeten zou zijn of het nog niet kent verbergt er onder het wat minder aantrekkelijke uiterlijk zich een heerlijke groente met een milde, boterzachte en zelfs ietwat zoete en nootachtige smaak. Ze leent zich ook tot een heel brede waaier van bereidingen. En ze is nog een echt typische seizoensgroente, want ze is (en dit men zo laten) alleen te krijgen in de herfst en de winter met de grootste aanvoer tussen december en februari.
Schorseneren worden ook wel eens winterstaaf, winterasperge of armeluis-asperge genoemd, omdat de smaak doet denken aan die van asperges, toch een beetje. Andere benamingen zijn keukenmeidenverdriet, maar dit kwam omdat ze vroeger nogal moeilijk schoon te maken waren, zowel de groente als de handen na het schoonmaken. Maar nu hebben we handschoenen en dunschillers om de job eenvoudiger te maken, dus geen excuus meer.

KlassiekBijgerecht4 personenBelgiëWarmWinter

Benodigdheden

  • SCHORSENEREN
  • Schorseneren – 6 à 8 st (tip 1 en 2)
  • Citroenen – 2 st
  • Bloem – 4 el
  • Zwarte peper (versgemalen)
  • Zeezout
  • BECHAMELSAUS
  • Boter – 40 gr
  • Bloem – 30 gr
  • Melk, volle – 3 dl
  • Krulpeterselie – 2 el
  • Room – 1 dl (tip 3)
  • Nootmuskaat – een snuifje (versgeraspt)
  • Witte peper (versgemalen)
  • Zeezout
  • Citroensap
Bereiding: /
Keukengerei
Plastiek handschoenen;
Schuurborsteltje; Dunschiller; Snijplank (groen);
Keukenmes; Garde;
Kookpot; Schuimspaan;
Sauspannetje

Voorbereidend werk

  • Trek plastiek handschoenen aan (belangrijk om vlekken op de handen te voorkomen).
  • Borstel de schorseneren grondig al dan niet onder stromend water om de nog resterende aarde te verwijderen (tip 4).
  • Schil ze in snelle, rechte bewegingen met een dunschiller: vanaf de onderkant naar de top. Verwijder ook alle ogen.
  • Wrijf de schorseneren onmiddellijk in met citroensap, zodat ze niet verkleuren.
  • Spoel de peterselie af onder stromend water en hak het vervolgens fijn op een snijplank (groen) met een groentemes.

Bereiding

  • SCHORSENEREN
  • Snijd de schorseneren in gelijke stukken van 5 cm (tip 5) en dompel ze direct onder in koud water met nog wat extra citroensap (1/2 citroen – steeds om bruinverkleuring tegen te gaan).
  • Doe de bloem in een kookpot samen met een beetje water, klop met een garde tot alle klonters verdwenen zijn en vul verder aan tot 8 dl water (zoveel tot ze helemaal bedekt zijn).
  • Voeg een beetje citroensap toe en kruid met peper en zout.
  • Verwarm tot aan het kookpunt (nu spreekt men van een blanc – tip 6).
  • Kook de schorseneren 10 à 15 minuten of tot ze gaar zijn (hangt af van de dikke van de schorseneren).
    • Af en toe roeren in de blanc, zodat er niets aanplakt.
  • Schep de schorseneren met een schuimspaan uit de blanc en spoel kort met warm water (hou het kookvocht opzij – tip 7).
  • BECHAMELSAUS
  • Maak op een laag vuurtje in een sauspannetje een roux met de boter en de bloem.
    • Let erop dat het mengsel niet bruin wordt.
  • Haal de pot van het vuur als de roux droog is en voeg de helft van de melk toe.
  • Klok met een garde tot alle klonters weg zijn.
  • Zet terug op het vuur en voeg geleidelijk aan de rest van de melk en 2 dl van het kookvocht toe (tip 8).
  • Blijf kloppen tot je een gladde saus hebt.
  • Meng de peterselie door de saus.
  • Voeg nog een scheutje room toe.
  • Kruid af met nootmuskaat, peper en zout.
  • Voeg verder naar smaak wat citroensap toe (ongeveer het sap van een halve citroen – tip 9).

Serveren

  • Verdeel de schorseneren piramidevormig over de borden (leg vier stukken naast elkaar, daarop 3 stukken, vervolgens 2 stukken en als laatste 1 stuk) en lepel er de saus over of meng de schorseneren gewoon onder de saus en dien je het op in een opdienschaal.
  • Serveer hier gewoon gekookte natuuraardappelen bij.

Tips

  1. 1 bussel van 1 kg ongeschild.
  2. Schorseneren moeten bij aankoop stevig aanvoelen, niet vertakt en helemaal droog zijn. Best de wortels bewaren op een koele droge plaats, ze kunnen dan langer bewaard worden.
  3. Als room neemt men culinaire room (20% vet) of sojaroom.
  4. Schorseneren zijn lastig schoon te maken en te schillen. Voor de voorbereiding moet tijd worden uitgetrokken; geen groente voor haastige kokers. Bij het schillen of breken komt een kleverig melksap vrij dat de handen, de kookpan én de wortels snel bruin kleurt. Steeds korte stukjes schrappen (met plastiek handschoenen) en een bak lauw water met een scheut azijn, direct in een andere bak water eveneens met een scheut azijn of melk doen. Afborstelen en pas na het koken schillen is veel handiger: eerst goed schoon boenen, daarna 15 tot 20 minuten (afhankelijk van de dikte van de wortel) koken in ruim water. Onder de koude kraan afspoelen en pas dan de schil eraf stropen en de zwarte pitten eruit snijden..
  5. Schorseneren worden meestal in blokjes van 4 tot 6 cm opgediend of er wordt schorsenerenpuree van gemaakt. Ook koud geraspt of als chips gebakken is de groente erg lekker (zie menutips).
  6. Blanc koken zorgt ervoor dat de groente mooi wit blijven. Men kan dit ook bereiken door de bloem te vervangen door melk bij het kookwater te doen (1 deel melk en 1 deel water): de melk zorgt er ook voor (zoals de bloem) dat de groente tijdens het koken niet donkerder wordt en mooi wit blijft.
  7. Laat de stukjes schorseneer uitlekken en laat ze nog even fruiten in een klontje echte boter.
  8. De rest van het gezeefde kookvocht kan je altijd gebruiken voor een soep.
  9. Béchamelsaus wordt nog smeuïger wanneer vlak voor het opdienen een eierdooier of een klontje echte boter door de saus wordt geroerd.

Drankadvies

  • /

Menutips

ALS NESTJES
Schaaf de gekookte schorseneren met een dunschiller in lange, dunne slierten. Laat de slierten 5 minuten koken in gezouten water met wat melk. Laat ze uitlekken en dep ze droog. Vorm nestjes van de slierten en serveer ze bij gebraad, bij konijn of bij een wildstoverij.
GEWOKT
Snijd de schoongemaakte schorseneren in ringetjes van 1 cm dik. Verhit wat olie in een wokpan of een wokpan en roerbak hierin een fijngesnipperde ui en wat spekblokjes. Voeg nu de schorseneren toe en laat ze al roerend 5 minuten meebakken. Serveer ze bij gebakken vlees, bij een wildstoverij of als warme garnituur op een salade.
ALS PUREE
Stamp de gaargekookte schorseneren met 2 gekookte aardappelen tot een gladde puree. Breng die op smaak met peper, zout en nootmuskaat. De puree is heel lekker bij vis.

Ook interessant


Andijviestamppot

Knolselderroom-soep

Boekweitkoek Met Spek En Zwarte Perenstroop
white_background43 white_background43

Voel je vrij om te reageren op ieder gepost recept: heb je vragen, aan- of opmerkingen, tips of suggesties over het recept, laat het dan weten: aan KOOKRECEPTEN via mail of aan de lezers (men kan een reactie achter laten op ieder gepost recept of pagina).

KOKEN DOE JE OP GEVOELCopyright “KOOKRECEPTEN”

Gnocchi Di Patate – Platgedrukte Aardappelbolletjes

“Aardappelknoedels„

gnocchi-di-patateDe gnocchi zijn vrij eenvoudig te maken en de ingrediënten heb je altijd in huis. Je moet alleen wel een paar segreti di cucina, keukengeheimen, kennen. Het enige lastige aan gnocchi is voor Nederlanders de juiste uitspraak (‘njokki’).
Gnocchi zijn een soort van kleine platgedrukte bolletjes vervaardigd uit een mengsel van (tarwe)meel, eventueel een ei en gekookte (en gestampte) aardappels. Gnocchi worden net als pasta in gezouten water gekookt en kunnen worden gegeten met de meeste sausen die voor pasta gebruikt worden.
Er is ook de gnocchetti, maar die hebben niets te maken met de gnocchi. Gnochetti zijn van deeg gemaakte schelpjes. Zij worden ook ‘malloreddus’ genoemd en worden vaak gegeten met worstjes en tomatensaus.
To Egg Or Not To Egg? In Italië heeft men er een gemengde opinie over. In de ene regio is het met ei, terwijl een andere regio ze mijden. Met ei heeft een meer samenhangend deeg dat makkelijker om mee te werken is en makkelijker uit te rollen is, zonder te breken. Als de gnocchi’s worden gekookt, hebben die gemaakt met ei meer kans om hun vorm te houden, dus is er minder kans dat ze uiteenvallen in het water. Gnocchi’s met ei zijn steviger dan die zonder ei, en, terwijl het effect zeer subtiel is, hebben ze een minder duidelijke aardappelsmaak.

KlassiekBijgerecht4 personenItaliëWarm

Benodigdheden

  • ZONDER EI
  • Aardappelen – 1 kg (zeer bloemige – tip 1)
  • Bloem – 200 gr (tip 2 en 3)
  • Zeezout
  • MET EI
  • Aardappelen – 1 kg (bloemige, melige – tip 1)
  • Bloem – 300 gr (tip 2 en 3)
  • Ei – 1 (opgeklopt)
  • Zeezout
Bereiding: /
Keukengerei
Kookpot; Passapatate;
Schiacciapatate;
Bolzeef; Deegsnijder; Deegschraper;
Rigagnocchi;
Keukenhanddoek;
Schuimspaan

Bereiding

  • ZONDER EI
  • Was de ongeschilde aardappelen en kook de aardappelen in hun schil tot ze heel gaar zijn.
  • Haal de schil eraf terwijl ze nog heel warm zijn: dit is een lastig en vooral heet werkje, het verwijderen van de schil.
  • Haal vervolgens de warme aardappelen door de passapatate (passe-vite) of schiacciapatate (pureeknijper) en verspreidt de aardappelpuree wat open op het werkoppervlak.
  • Bestrooi de aardappelpuree met een snufje zout.
  • Zeef er daarna met een bolzeef ongeveer 2/3 van de bloem over het puree-oppervlak.
  • Snijd vervolgens de bloem in de aardappel met een deegsnijder. Blijf over de puree en bloem snijden (hakken) totdat je een uniforme mengeling van bloem en aardappel hebt: het zal nog niet perfect gemengd zijn, maar het zal er wel dichtbij zijn (tip 4).
  • Met behulp van een deegschraper, verzamel alle kleine stukjes in een massa bijeen in het midden.
  • En dep het met de handen allemaal samen in een losse bal.
  • Vouw het over zichzelf en druk het zachtjes omlaag om het deeg vlak te maken.
  • Strooi nu zo goed als de resterende bloem over het deeg.
  • Tijd om te kneden: het deeg zachtjes opvouwen en samendrukken, zonder het deeg te strekken zoals je het zou doen bij het kneden van brood… tot de tweede toevoeging van de bloem is opgenomen en er een consistent geheel is ontstaan dat niet aan de handen blijft kleven.
    • Als het deeg nog zeer plakkerig en nat aanvoelt, voeg je nog wat van het overgebleven meel toe (en eventueel zelfs iets meer, indien nodig). Het kan ook zijn dat je niet alle bloem hoeft te gebruiken (tip 5).
    • Meng alles snel door elkaar en kneed niet te lang. Het deeg moet nog enigszins warm en ongelofelijk soepel zijn zonder enige elasticiteit, maar het moet ook als één samenhangend deeg voelen.
  • Maak er een boomstammetje van en bestrooi het met wat bloem om aanplakken te voorkomen. Dit is een goed moment om je werkoppervlak proper te schrapen van enige losse stukjes deeg en deze te verwerken in de bol.
  • Laat het deeg een paar minuten rusten.
  • Verdeel het deeg in duimdikke delen en rol elk deel deeg tot een worst van zo’n 1,5 à 2 centimeter dik (bestuif, indien nodig, het werkoppervlak om aanplakken te voorkomen – tip 6).
  • Neem een deegmes (of gewoon een scherp mes) en snij de worsten in hapklare ‘deegkussentjes’ van ± 1,5 à 2 centimeter.
  • Je kunt ze zo koken, maar eigenlijk moet er een ribbel in komen om de saus beter vast te houden. En dat is ook de klassieke manier van een gnocchi, de geribbelde gnocchi. Dit kan op verschillende manieren (tip 7):
  • Leg de gnocchi’s die klaar zijn op een propere bebloemde keukenhanddoek los van elkaar.
  • Rol ze lichtjes door de bloem, zodat ze met een heel dun laagje worden bedekt (tip 8).
  • Kook de gnocchi in kleine hoeveelheden in ruim licht gezouten water (tip 10), zodat ze niet aan elkaar gaan kleven.
  • De gnocchi’s zijn klaar zodra ze boven komen drijven (tip 11).
  • Schep ze met een schuimspaan uit het kokende water, leg ze in een kom en roer meteen wat zout onder de pasta, zodat het geheel niet kleeft (tenzij je ze direct in een saus schept).
  • MET EI
  • Het recept “met ei” is zo goed als dezelfde manier als “zonder ei”. Enkel de vetgedrukte zin komt erbij.
  • Bestrooi de aardappelpuree met een snufje zout en giet het opgeklopt ei in een dunne stroom over heel het puree-oppervlak.

Serveren

  • Gnocchi is lekker met tomatensaus.
    • Verdeel de gnocchi over 4 voorverwarmde borden en lepel er tomatensaus over. Werk af met basilicum en geraspte parmiggiano.
  • Buon appetito!

Tips

  1. Je moet de goede soort aardappel te pakken hebben. In Italia wordt de patata rossa, letterlijk vertaald rode aardappel, oorspronkelijk afkomstig uit Nederland, veel gebruikt voor gnocchi. Belangrijk is om een melig (bloemig) type aardappel te nemen, dus gebruik bijvoorbeeld nooit jonge aardappels.
  2. Je moet de verhouding farina, meel en patate, aardappelen vrij exact aanhouden. Het meel dient als bindmiddel; gebruik je er te weinig van, dan lossen de gnocchi op als je ze in het kokende water laat glijden. Inderdaad, een behoorlijk teleurstellende ervaring. Gebruik je teveel meel dan worden de gnocchi zwaar en taai. Ook dit is niet de bedoeling. De juiste verhouding is tussen de 200 en 400 gram meel per kilo aardappels (tip 5).
  3. Het soort bloem men gebruikt voor de gnocchi verschil nogal:
    • sommige zweren bij de Italiaanse bloem “ tipo 00” (doppio zero): “Farina di grano tenero tipo 00”. Deze bloem wordt verkocht als pasta- of pizzameel. 00 is de graad van uitmaling/uitbuiling en zegt niets over de gluten die erin zitten. Gluten zorgen voor de elasticiteit van de pasta. Meel (bloem) met gluten wordt harde tarwebloem, hard meel, durum genoemd. Dus tipo 00 is in principe vergelijkbaar met onze gewone bloem, tenzij het expliciet op de verpakking staat dat het geschikt is voor pasta. Farina di grano tenero tipo 00 is dus redelijk doorgemalen bloem van zacht graan (grano tenero). En dat bevat weinig gluten.
    • sommige gebruiken “Semola di Grano Duro Rimacinata”. Dit is fijngemalen griesmeelbloem van harde tarwe. Rimacinata betekent zoveel als opnieuw (her) door de machine, is dus dubbel gemalen. Semola is het Italiaanse woord voor bloem.
    • sommige gebruiken beide: de helft gewone bloem en de helft griesmeel van de harde tarwe.
    • sommige gebruiken gewoon bloem voor alle doeleinden.
  4. Het is verder belangrijk om de fijngeprakte aardappelen en het meel goed te mengen. Het idee is om toe te werken naar een homogene meel/aardappel bal.
  5. De hoeveelheid dat je moet toevoegen hangt af van het variabel vochtgehalte van de aardappel zelf.
  6. Wees voorzichtig als je de worsten rolt en probeer meer je handpalmen te gebruiken dan je vingers, omdat je vingers de neiging hebben om inkepingen te maken, wat zal leiden tot dikke en dunne plekken.
  7. Of de tijd en de moeite om ribbels in elk deegje te maken de moeite waard is, is persoonlijke voorkeur. Aan de ene kant van de gnocchi moet je ribbels verkrijgen, aan de andere kant van de gnocchi moet je een kuiltje van een vinger(s) krijgen. En dit kuiltje, zal zeker helpen om de saus op te nemen. Het is bijna alsof er een klein kopje in elke gnocchi is. Maar je zult alleszins wat moeten oefenen, alvorens je de kneep in de hand krijgt om de ribbels en het kuiltje in de gnocchi te verkrijgen.
  8. Je kunt de gnocchi ook prima invriezen. Dit moet je doen vóór het koken. Laat ze op een blad of iets dergelijks los van elkaar bevriezen. Zijn ze eenmaal bevroren, dan kan je ze in een diepvriesdoos doen. Voor het gebruik moet je ze ontdooien, dit moet dan ook weer los van elkaar. Dus op een bebloemde theedoek los van elkaar leggen. Verder koken zoals hierboven. Zo kan je ze maken als je wat meer tijd hebt en hoeft niet alles in één dag.
  9. De gnocchi’s die verrijkt zijn met ei kan je ook frituren, ipv. te koken. Voeg aan de bloem dan nog eventueel wat specerijen toe zoals knoflookpoeder, uienpoeder, paprikapoeder …
  10. Als laatste is het belangrijk de gnocchi in kleine hoeveelheden tegelijk te koken en ze met een schuimspaan uit het kokende water te scheppen zodra ze, fioriscono, boven komen drijven. Dat gebeurt meestal binnen een minuut of twee, waarna je ze direct serveert.
  11. Blijf er bij, want dat gaat heel snel! Vooral niet te lang in het water laten liggen, dan worden ze snotterig.

Drankadvies

  • /

Musictips

GNOCCHI
door Belmondo

InfoEdge

Meer info over
Gnocchi (Wiki/It)

Variaties

* Condimento per gli gnocchi
De meest eenvoudige manier om gnocchi te eten is met burro e salvia, oftewel boter en salie. Smelt de boter op een heel laag pitje en laat de hele blaadjes verse salvia, salie, er een tijdje in sudderen. Voeg de gekookte gnocchi toe en zorg dat de saus zich snel en goed vermengt, (saltare in padella). Serveer direct. Andere bekende combinaties voor gnocchi zijn de klassieke sugo di pomodori, een tomatensaus, of ook een sugo di gorgonzola, een gorgonzola saus, (vaak aangelengd met melk).

Ook interessant

Aardappelen_43
Kartoffelsalat
de-aardappel43
Aardappelpuree
Krulpeterselie43
Peterselie aardappelen
white_background43 white_background43

Voel je vrij om te reageren op ieder gepost recept: heb je vragen, aan- of opmerkingen, tips of suggesties over het recept, laat het dan weten: aan KOOKRECEPTEN via mail of aan de lezers (men kan een reactie achter laten op ieder gepost recept of pagina).

KOKEN DOE JE OP GEVOELCopyright “KOOKRECEPTEN”

Lasagne Bolognese – Puur Comfort Food!

“Ok, het is wat werken, maar het is zeker de moeite waard!„

lasagne_bologneseLasagne bolognese is dé klassieker onder de traditionele Italiaanse gerechten, een gerecht uit Bologna, Noord-Italië. Deze ovenschotel, een echte icoon van de Italiaanse keuken, bestaat uit laagjes van dunne (al dan niet voorgekookte) pastabladen of lasagnebladen (of zijn het lasagnevellen), vleessaus en kaassaus en wordt beëindigd met een laagje Parmezaanse kaas.
Het is een lekkere, warme ovenschotel, maar door de rijke kaassaus die over dit gerecht wordt gegoten is het een machtige schotel. Er bestaan diverse varianten, onder andere met spinazie (zie Variaties).
Lasagne is een ideaal gerecht om vooraf klaar te maken. Op het moment zelf kan je de schotel gewoon opwarmen in de oven.

KlassiekHoofdgerecht4 personenItaliëWarm

Benodigdheden

  • VLEESSAUS
  • Gehakt, gemengd – 500 gr (tip 1)
  • Gele ui – 1 st
  • Knoflook – 2 teentjes
  • Wortelen – 2 st
  • Bleekselder – 2 stengels
  • Rode wijn – 1 dl (tip 2)
  • Gepelde tomaten – 800 gr (uit blik – tip 3)
  • Tomatenpuree – 70 gr (geconcentreerd)
  • Verse kruiden – 2 el (1 el oregano en 1 el basilicum, tijm en rozemarijn – tip 4)
  • Laurier – 2 blaadjes
  • Olijfolie
  • Zwarte peper (versgemalen)
  • Zeezout
  • KAASSAUS
  • Echte boter – 40 gr
  • Tarwebloem – 40 gr
  • Melk, volle – 5 dl
  • Parmezaanse kaas – 200 gr (versgeraspt)
  • Nootmuskaat
  • AFWERKING
  • Lasagnebladen – 24 st (250 gr – tip 6)
Bereiding: 1 uur 30 min
Keukengerei
Kookpot met deksel; Spatel; Sauspan; Garde; Ovenschotel (circa 25 cm x 35 cm); Opscheplepel;
Aluminiumfolie

Voorbereidend werk

  • Pel de ui en snij ze middendoor op een snijplank (groen) met een groentemes. Snij de ui vervolgens in fijne snippers.
  • Pel de knoflookteentjes, verwijder eerst het groene midden en hak ze op een snijplank in fijne stukjes.
  • Was de wortelen en bleekselder onder stromend water.
  • Schil de wortelen met een dunschiller, snij het in de breedte in twee, snij de twee stukken nogmaals in twee en snij het vervolgens in kleine blokjes. Snijd de bleekselderstengels in de breedte in twee en vervolgens de lengte in fijne blokjes.

Bereiding

  • VLEESSAUS
  • Verhit een scheutje olijfolie in een ruime kookpot op een matig vuur.
  • Doe er het gehakt bij en roer alles goed dooreen. Druk met een vork het gehakt los, zodat het gehakt niet in klompen aan elkaar bakt.
  • Als het vlees rul gebakken is, voeg je er de ui en de look bij en en laat ze meestoven tot de ui glazig is.
  • Voeg vervolgens de wortel en bleekselder toe aan het gehakt (tip 5) en laat alles op een zacht vuur verder stoven gedurende 5 minuten.
  • Schenk de wijn erover en laat de wijn uitkoken, verdampen (we moeten de smaak hebben, niet het vocht en de alcohol).
  • Roer er de gepelde tomaten, tomatenpuree, oregano, verse kruiden en laurierblaadjes onder.
  • Kruid af met peper en zout en breng het geheel aan de kook.
  • Laat dit minstens een uurtje zachtjes sudderen (liefst 2 à 3 uur: hierdoor zal de saus geconcentreerder, intenser en voller smaken), met deksel op de pan en op een heel zacht vuurtje.
    • Niet vergeten zo nu en dan te roeren.
  • Kontroleer af en toe de dikte van de saus. De consistentie van de saus hangt wel af van welke lasagnebladen je gebruikt: voor de één mag het niet te vloeibaar zijn, voor de ander niet te droog (tip 6 en 7).
  • Is de dikte van de saus inorde, neem dan de saus van het vuur, proef ze en breng eventueel verder op smaak met peper en zout.
  • KAASSAUS (tip 8 )
  • De basis van de saus is een warme roux. Smelt de boter in een sauspan op een matig vuur. Laat de boter enkel smelten en warm worden: gewoon schuimig smelten, niet kleuren.
  • Zodra de boter gesmolten is, haalt men de pan van het fornuis en voeg men in één keer de gezeefde bloem toe en roert men krachtig met een garde (vooral in de ronde hoek onderaan van de pan) tot je een deeg bekomt (of roux): de pan van het vuur halen is belangrijk, anders kunnen er klontertjes ontstaan (schrik niet, want het wordt een soort klont, maar dat komt goed!).
  • Laat dit mengsel, terug op het vuur en al roerende, 1 à 2 minuten op een laag vuurtje bakken (drogen), maar let erop dat de roux niet bruin kleurt of aanbakt.
  • Van zodra je een lekkere biscuitgeur ruikt, giet je koude melk beetje bij beetje in de pan (tip 9) en roer telkens het mengsel glad met de garde, voordat je weer melk toevoegt (als men al de melk ineens in de pan giet zal de saus gegarandeerd mislukken).
  • Roer het mengsel met een garde volkomen glad en gaaf, blijf roeren tot er een dikke massa ontstaat. In deze dikke massa is het gemakkelijk om de klontertjes er uit te kloppen. Het mengsel steeds heel goed roeren, ook in de randjes en op de bodem van de pan. Het blijven roeren en kloppen is het geheim van een fluwelen gladde saus. Als je lang genoeg geroerd hebt, krijg je een gladde bechamelsaus.
  • Breng, als ongeveer 2/3 van de melk opgebruikt is, de saus al roerend op een matig vuur langzaam aan de kook en laat de saus even (al roerend) zachtjes doorkoken.
  • Voeg er ondertussen geleidelijk nog zoveel melk toe totdat de saus de gewenste dikte heeft: een vla consistentie (vermijd een ‘te’ dikke saus).
  • Laat de saus nog een minuutje of twee doorkoken, om de bloem te garen en de smaak van de bloem te laten verdwijnen.
    • Is de saus te dun, laat dan verder doorkoken totdat de saus de dikte heeft.
    • Is de saus te dik, voeg nog wat melk toe.
  • Eventueel de saus nog met de bolle kant van een pollepel door een puntzeef en een fijne bolzeef halen.
  • Proef de saus en breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Voeg ook een klein beetje citroensap toe aan de saus: zorgt voor frisheid en helpt de vertering.
  • Haal de pan van het vuur en meng de helft van de geraspte kaas met een garde door de saus.
  • AFWERKING
  • We kunnen de lasagne beginnen opbouwen, laag per laag met lagen van deeg (lasagnebladen), vleessaus en kaassaus en met een minimum van vier lagen deeg.
  • Smeer een ovenschaal licht in met olie of boter en bedek de bodem met een dun laagje vleessaus (tip 10).
    • Strijk elke laag (vlees- of kaassaus) egaal uit over het hele oppervlak van de schotel met een spatel.
  • Bedek vervolgens de vleessaus met lasagnebladen, zodat de hele bodem bedekt is. Let erop dat de bladen elkaar niet te veel overlappen, zo vermijd je te dikke lagen pastadeeg.
  • Verdeel terug wat vleessaus over de lasagnebladen en daarna een beetje kaassaus (tip 11). Vergeet niet elke laag egaal over het hele oppervlak uit te strijken!
  • Ga door met het maken van de lasagnelagen (lasagnebladen, vleessaus en kaassaus) tot de ovenschaal net niet gevuld is (tip 12).
    • De laatste laag is er één van kaassaus, verdeel ze egaal over de hele oppervlakte van de schotel.
  • Strooi de resterende geraspte kaas overheen de kaassaus (tip 13).
  • Dek af met aluminiumfolie, plaats in een op 180°C voorverwarmde oven (boven het midden) en bak de lasagne gedurende 25 minuten.
  • Verwijder daarna de folie en bak nog een 15 minuten of tot de bovenste laag kaas helemaal gesmolten, borrelt en goudbruin is (en eventueel met een krokant korstje).
  • Haal de ovenschotel uit de oven (ovenwanten niet vergeten) en laat minstens 5 minuten rusten voor je hem aansnijdt.

Serveren

  • Serveer warm met stokbrood en eventueel een frisse groene salade.
  • Buon appetito!

Tips

  1. Liefst kalfs- en rundvlees, maar rund- en varkensvlees kan ook of gemengd gehakt naar voorkeur, zolang het maar ‘half-om-half’ gehakt is.
  2. Keuze uit droge rode of witte wijn of Marsala wijn.
  3. Variatie op tomaten:
    • In de zomer gebruik je natuurlijk verse rijpe tomaten! Ze zijn dan op hun lekkerst (men hoeft de tomaten niet te pellen, enkel in vieren te snijden). Gebruik zoveel mogelijk … verse tomaten!!
    • Op de tweede plaats komen de gepelde tomaten uit blik (of gezeefde tomaten uit brik), neem wel altijd de beste kwaliteit! En hier komt op de eerste plaats de San Marzano tomaten. Deze tomaten worden geplukt op hun hoogtepunt (wanneer ze het rijpst en vol smaak zijn) in de regio Campanië in Italië, waar ze groeien in vulkanische bodem. Ze hebben een lage zuurtegraad, vlezige tomaat en geven een uitstekende tomatensaus. Vind je deze niet, experimenteer dan met de verschillende merken bij je plaatselijke supermarkt totdat je de tomaat vind die voor jou de beste saus oplevert.
    • Je kunt ook kiezen voor gezeefde tomaten of passata (in brik of glas).
  4. Variatie op de verse kruiden:
    • Neem gedroogde kruiden: 1 tl oregano en 1 tl basilicum, tijm en rozemarijn
    • Of men kan een Italiaanse kruidenmengeling nemen.
    • Of een Provençaalse kruidenmengeling.
  5. Zorg ervoor dat in de bolognesesaus geen dikke brokken gehakt zitten, maar ook geen dikke stukken tomaat, wortel en bleekselder. Daarom de groenten zeker in kleine blokjes snijden, anders de wortel en bleekselder weglaten.
  6. Soorten lasagnebladen: men heeft droge ‘niet voorkoken’ bladen, droge ‘voorkoken’ bladen en verse lasagnebladen (of en hoe ze moeten voorgekookt worden, staat vermeld op de verpakking). De hoeveelheid vocht in de vleessaus hangt af van de gekozen lasagnebladen.
    • Bij droge ‘niet voorkoken’ bladen moet de saus vloeibaarder en dunner zijn dan bij verse bladen. De saus mag dus niet te dik en te droog zijn: de lasagnebladen zuigen namelijk het vocht uit de saus en als er te weinig vocht is in de saus, worden de bladen niet gaar en wordt je lasagne ‘droog’.
    • Bij voorgekookte en verse bladen daarentegen moet de saus dikker en droger zijn (maar weer niet ‘te’ droog) dan bij droge bladen. De saus mag dus niet te vloeibaar en te dun zijn, want deze bladen nemen bijna geen vocht op. En anders zal de saus achteraf gewoon uit de lasagne lopen.
    • Ik kies voor dit recept droge lasagnebladen die niet hoeven voorgekookt te worden. Heb je lasagnebladen die je moet voorkoken, neem dan een grote kookpot vol water, breng het water aan de kook (net koken), voeg een aantal bladen toe (niet teveel, want ze kleven nogal snel aan elkaar) en kook ze volgens de gebruiksaanwijzingen voor, haal ze uit het water met een tang en lag ze open en van elkaar op een propere keukenhanddoek (niet op elkaar, want dan gaan ze kleven). Herhaal dit tot de nodige lasagnebladen zijn voorgekookt.
  7. Als de saus te dik is, kan men deze wat verdunnen met water of bouillon. Is ze daarentegen te dun, verwijderen dan het deksel van de pan zodat het teveel aan vocht kan verdampen. Of dik het in met een sausbinder.
  8. Je kunt de kaassaus ook, in plaats van met een warme roux, met een koude roux of met maïzena maken.
  9. BASISREGEL:
    • Warme roux, koude melk overgieten.
    • Koude roux, warm melk gebruiken.
  10. Voor een goed lekker lasagne begin en eindig je altijd met een laag saus (vlees- of kaassaus). Beginnen en eindigen met een laag saus in plaats van lasagnebladen, zorgt er ook voor dat de lasagnebladen niet aanbranden.
  11. De lasagnebladen moeten helemaal onder de saus (en het vocht) zitten om goed en helemaal gaar te worden.
  12. Denk eraan dat er minimaal 4 lagen deeg nodig zijn, hou hier rekening mee bij het verdelen van de verschillende sauzen en kaas. Er zijn natuurlijk veel mogelijkheden in lasagnelagen:
    • ZWARE VERSIES (met kaassaus)
    • vleessaus, deeg, vleessaus, kaassaus, deeg, vleessaus, kaassaus, deeg, vleessaus, kaassaus, deeg, kaassaus, geraspte kaas
    • kaassaus, deeg, vleessaus, deeg, vleessaus, deeg, vleessaus, deeg, kaassaus, geraspte kaas
    • vleessaus, deeg, kaassaus, deeg, vleessaus, deeg, vleessaus, deeg, kaassaus, geraspte kaas
    • LICHTE VERSIE (zonder kaassaus)
    • vleessaus, deeg, vleessaus, deeg, vleessaus, deeg, vleessaus, deeg, vleessaus, geraspte kaas
  13. Lasagne kan je de dag voordien al klaar maken, dek de schaal dan goed af met aluminiumfolie en plaats ze in de koelkast. Als je de lasagne de dag nadien in de oven zet, moet je er rekening mee houden dat je nu een iets langere baktijd nodig hebt in de oven (je vertrek nu van een koude lasagne).

Drankadvies

  • Als je gaat voor een biertje, kies dan een niet te zwaar bier, voornamelijk blond (abdij)bier.
  • Als je er graag een glaasje wijn bij drinkt, kan je kiezen tussen Barbera uit Piemonte, Montepulciano uit Abruzzo, Nero d’avola uit Sicilië, Primitivo uit Puglia, Rosso Conero of Rosso Piceno uit Marche, Rosso di Montalcino of Rosso di Montepulciano.

Variaties

* Lasagne Mozzarella
vervang de kaassaus door plakjes mozzarella (Napolitaanse variant)
* Lasagne Spinazie
een lasagne bolognese, maar verdeel er nog laagjes spinazie onder
* Lasagne Zalm
* Lasagne Vegetarisch
vervang het vleesgehakt door vegetarisch gehakt

Music

Lasagna
door Weird Al Yankovic

iNFOeDGE

Meer info over
Lasagne (Wiki/En)

Ook Interessant

Aubergines43
Moussaka
Aardappelen1-43
Hachis Parmentier
Currypoeder43
Bobotie
white_background43 white_background43

Voel je vrij om te reageren op ieder gepost recept: heb je vragen, aan- of opmerkingen, tips of suggesties over het recept, laat het dan weten: aan KOOKRECEPTEN via mail of aan de lezers (men kan een reactie achter laten op ieder gepost recept of pagina).

KOKEN DOE JE OP GEVOELCopyright “KOOKRECEPTEN”

Coxinha – Een Populaire Snack In Brazilië

“Braziliaanse ‘Streetfood’ Kroketten„

coxinhaDe coxinha (uitgesproken als co-SHEEN-ya) is een populaire snack in vele landen van Zuid-Amerika, maar vooral in Brazilië. Het zijn gefrituurd deegpakketjes met een vulling en in de vorm van een (kleine) drumstick. Deze vulling kan bestaan uit gevogelte, vlees, vis, kaas of vegetarisch samen met roomkaas. Je kan deze Braziliaanse knapperige snack bijna overal in Brazilië kopen, in bakkerijtjes, in snackbars en … op de straten.
Deze coxinha is er eentje met kippenvlees of “Coxenha de Frango”. Het gerecht wordt gemaakt van kippenvlees (of gehakt), -bouillon, roomkaas, tarwebloem en verschillende kruiden. De vulling bestaat uit gegaard kippenvlees waarvan de bouillon is getrokken.

KlassiekWarme hapjes4 personenBrasiliëWarm

Benodigdheden

  • DEEG
  • Kippenbouillon – 7.5 dl
  • Tarwebloem – 150 gr
  • Extra tarwebloem (voor de handen)
  • VULLING
  • Kipfilet – 1 grote (tip 1)
  • Ui – 1 st
  • Knoflook – 1 teentje
  • Bieslook – 2 el
  • Roomkaas – 200 gr (tip 2)
  • Bakolie – 2,5 el (tip 3)
  • Zwarte peper (versgemalen)
  • Zeezout
  • PANEREN
  • Eieren – 1 st (kraakvers)
  • Melk – 1 el
  • Paneermeel – 50 gr (of broodkruim)
Bereiding: 50 min
Keukengerei
Steelpannetje;
Keukenmes; Snijplank (geel)Spatel; Kookpot; Roerlepel; Keukenhanddoek of Plasticfolie;
Bakpan;
2 borden; DeegrollerRond uitsteekvormpje;
Friteuse (met frituurolie); Keukenpapier

Voorbereidend werk

  • Pel de ui en snij ze middendoor op een snijplank (groen) met een groentemes. Snij de ui vervolgens in fijne snippers.
  • Pel het knoflookteentje, verwijder eerst het groene midden en hak ze op een snijplank in fijne stukjes.

Bereiding

  • KIP
  • Breng de bouillon in een steelpannetje aan de kook, voeg voorzichtig de kip toe, dek af en zet het vuur lager tot medium-laag.
  • Pocheer de kip gedurende 15 à 20 minuten of tot ze net gaar is.
  • Zet het vuur af, maar laat de pan op het fornuis staan.
  • Haal de kip uit de bouillon en laat het 10 minuten afkoelen.
  • Versnijd de kip fijn met een keukenmes op een snijplank.
  • Hou 3 dl kippenbouillon opzij in het pannetje, de rest kan je wegdoen.
  • DEEG
  • Breng de 3 dl bouillon terug aan de kook samen met een ½ el olie, strooi er de bloem bij en roer krachtig met een roerspatel tot er een dik deeg ontstaat.
  • Neem het deeg uit de pan en laat het enigszins afkoelen op een licht met bloem bestoven werkblad.
  • Kneed het vervolgens tot het deeg glad en elastisch is, ongeveer 5 minuten.
  • Dek af met een licht vochtige, maar propere keukenhanddoek (om uitdroging te voorkomen) of plasticfolie.
  • VULLING
  • Verhit 2 el olie in een pan en bak hierin de ui en de knoflook glazig (dus niet bruinen).
  • Haal de pan van het vuur, voeg de versnipperde kipfilet toe samen met de kaas en het bieslook. Breng op smaak met peper en zout. Meng alles goed door elkaar.
  • Klop het ei met de melk los in één bord en giet het paneermeel in een ander bord.
  • DEEGRONDJES (op twee manieren)
  • Manier 1
  • Rol het deeg uit met een deegroller op een licht met bloem bestoven werkblad (gebruik niet teveel bloem) tot 3 à 5 mm dik (tip 4 en 5).
  • Steek vervolgens rondjes uit het deeg (met een rond uitsteekvormpje of een drinkglas met dunne rand – tip 6). De rondjes moeten groot genoeg zijn, maar ook weer niet te groot, want ze moeten in je handpalm passen (ongeveer 6 à 7 cm diameter). Dek weeral af met de handdoek.
  • Leg een rondje op je bebloemde handpalm, klaar om op te vullen.
  • Manier 2
  • Rol de deegbal uit tot een worst met een diameter van ongeveer 3 cm. Snij deze worst dan vervolgens in stukjes van 3 cm.
  • Rol van elk stukje een bolletje. Verwerkt de hele deegbal zoals hierboven beschreven.
  • Leg een bolletje in je bebloemde handpalm en duw het uit met je duim tot een ronde deegflap van 6 à 7 cm in diameter. Deze is nu klaar om op te vullen (je kunt dit ook met een deegroller doen).
  • AFWERKING
  • Schep wat kipmengsel op het deegrondje (een ½ à 1 eetlepel).
  • Vouw het deeg dan dicht rond de vulling naar boven toe, zodat een druppelachtige vorm ontstaat (zeg maar peervorm of drumstickvorm). Zorg dat de vulling goed vastzit in het deegpakketje. Knijp dus het deeg aan de top goed samen om het te verzegelen, daar anders de kroketjes open zullen barsten tijdens het bakken (tip 7).
  • Doop de coxinha in het bord met het ei en daarna in het bord met het paneermeel.
  • Neem de friteuse en verhit de frituurolie tot 180°C.
  • Doe een paar coxinhas (tip 8 ) in de friteuse en frituur ze gedurende 5 à 7 minuten of tot ze goudbruin zijn (tip 9).
  • Laat uitlekken op keukenpapier, breng ze lichtjes op smaak met zout en plaats ze in een op 50°C voorverwarmde op een serveerschaal tot ze allemaal zijn gefrituurd.

Serveren

  • Haal ze uit de oven (ovenwanten!) en serveer ze warm met een dipsausje naar keuze en eventueel met een fris slaatje.
  • Divirta-se (Veel plezier)!

Tips

  1. Je kunt dit ook met 2 kippenbouten (dat heeft wel sappiger vlees, maar moet iets langer garen en is iets moeilijker om het gaar vlees los te peuteren rond de beentjes) of 250 gr kippengehakt maken.
  2. Als je het echt Braziliaans wilt en je kunt het vinden, gebruik dan Catupiry (een Braziliaanse roomkaas).
  3. Neem plantaardige olie die tegen hitte kan, zoals zonnebloem-, maïs– of arachideolie. Olijfolie kan ook, maar dan de gewone olijfolie.
  4. Beter nog is je deeg tussen twee vellen plasticfolie of bakpapier uit te rollen, zo blijven de koekjes mooi glad tijdens het bakken (tenminste als je bakpoeder hebt gebruikt in het recept) en smaken je koekjes ook niet ‘bloemerig’.
  5. Tenzij, na vele malen oefenen, kunnen de meeste onder ons niet zien wat precies 3 of 5 millimeter dik deeg is. Gebruik daarom hulpjes: leg meetlatten, linialen of tijdschriften langs weerskanten van je deeg en laat daarop je deegroller steunen om zo gelijke dikte van je deeg te waarborgen. Leg het deeg ertussen en rollen maar! Nog beter is de deegroller van Joseph Joseph te gebruiken, waarmee je de zijkantjes kan verstellen en je steeds de juiste dikte hebt.
  6. Dip je vormpjes in de bloem voor het uitsteken. Dit voorkomt dat het deeg aan de vormpjes blijven plakken.
  7. Voor extra verzegeling kan je de drumstick neerleggen op het werkblad, met het kontje naar een kant het de punt naar de tegenovergestelde kant (de coxinha dus op zijn zijkant leggen). Leg je handpalm over het kroketje met (als je dit met je rechterhand uitvoert) het kontje richting duim en de punt richting rechts. Je rolt nu het kroketje op en af, waarmee je lichte druk uitvoert op het puntje van het kroketje, waardoor je de punt inrolt (dus goed afsluit). Dit manier heeft wel wat oefening nodig om het juist uit te voeren
  8. Bak niet te veel coxinha’s in één keer, want anders gaat de temperatuur van het frituurolie teveel dalen en krijg je drumsticks die vettig zijn en aan elkaar gaan plakken.
  9. De baktijd hangt natuurlijk af van de grootte van de coxinha.

Drankadvies

  • Turbaína, een soda met de smaak van tutti-frutti. Alleen zal dit drankje hier zeer moeilijk te vinden zijn, allee helemaal niet te vinden zeg maar.

Variaties

* Coxinha de Carne
Kroketten met als vulling gehakt
* Rissole
Kroketten met een andere vorm, maar ook met verschillende vullingen
* Kibe
Kroketten met rundergehakt
* Canudinho
Kroketten met een ragout vulling van kip en verse kruiden
* Coxinha Mistas
Assortiment kroketten met verschillende vullingen
* Coxinha de Mandioca
Kroketten met cassave

Music

Coxinha
(Cutworks Remix)
door RoyGreen & Protone

iNFOeDGE

Meer info over
Coxinha (Wiki/En)
Turbaína (Wiki/Pt)
Turbaína (Officiële website)

Ook Interessant

Bauru-SandwichBauru Moqueca_CamaraoMoqueca de camarão brigadeiro1Brigadeiro white_background43 white_background43

Voel je vrij om te reageren op ieder gepost recept: heb je vragen, aan- of opmerkingen, tips of suggesties over het recept, laat het dan weten: aan KOOKRECEPTEN via mail of aan de lezers (men kan een reactie achter laten op ieder gepost recept of pagina).

KOKEN DOE JE OP GEVOELCopyright “KOOKRECEPTEN”