Foodie Gezegden

“Een korte, krachtige uitspraak„

Een gezegde is een groep woorden (nooit een complete zin) die samen één betekenis vertegenwoordigen. Gewoonlijk kan die betekenis niet uit de afzonderlijke woorden worden afgeleid, maar moet het gezegde als geheel worden begrepen.

A


“Appelen voor citroenen verkopen” (Oplichten, bedriegen)

“Appels met peren vergelijken” (Verkeerde conclusies trekken door zaken te vergelijken die niets met elkaar te maken hebben)

“Appeltje-eitje” (Een simpel klusje)

D


“De aardappels afgieten (de patatten afgieten)” (Urineren – door een man)

“De bietenbrug op gaan” (falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)

“De hete aardappel doorschuiven” (Een vervelende beslissing aan een ander overlaten)

“De rotte appels uit de mand halen” (De minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)

“Door de zure appel (heen) bijten” (Een onaangenaam karwei opknappen)

E


“Een appeltje met iemand te schillen hebben” (Iets met iemand te bespreken hebben naar aanleiding van iets wat men die ander verwijt. Ook: wraak op iemand willen nemen.)

“Een appeltje voor de dorst” (Een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)

“Een beschuitje met iemand eten” (Een erotische nacht met iemand doorbrengen – gevolgd door een ontbijt)

“Een oogappel of oogappeltje zijn” (Een zeer geliefd persoon zijn. Vaak gezegd van een kind of kleinkind.)

G


“Gauw aangebrand zijn” (Snel boos worden)

H


“Het komt voor de bakker” (Het komt in orde; het wordt geregeld)

I


“Ik snap er geen biet van” (Ik snap er niets van)

K


“Knollen voor citroenen verkopen” (Oplichten, bedriegen)

M


“Met een hete aardappel in de keel praten” (Geaffecteerd praten)

V


“Vechten tegen de bierkaai(Een gevecht aangaan dat je in principe al bij voorbaat verloren hebt)

“Voor een appel en een ei” (Bijzonder goedkoop)

“Voor spek en bonen meedoen” (Wel mee doen met een spel of iets dergelijks, maar nooit kunnen winnen of verliezen)

W


“Weten waar Abraham de mosterd haalt” (Weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)

Z


“Zijn eigen boontjes doppen” (Geen beroep doen op hulp van anderen; zijn eigen problemen zelf oplossen. / Soms gebruikt met ‘moeten’: “Zij moest haar eigen boontjes doppen.”)


Ken je nog een spreekwoorden waar voeding in voorkomt, mag je dit altijd laten weten via mail.

Copyright “KOOKRECEPTEN”

Advertenties