Bij ons thuis

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Bij ons thuis aten we tussen de middag warm
eigenlijk door oma die meende dat je alles
zo snel mogelijk weer an kant moest hebben
vanwege het ongewisse van de jongste dag

tegen twaalven werd het emaille teiltje water
op de mat voor de keukendeur gezet
we knielden
dompelden onze gestrekte handen langzaam onder
zodat er nog even belletjes langs je nagels bleven
en zeiden – koele waapre –

die rituele zinnen kwamen van mijn broer
op de wc hoorde je hem drukkend
– kandántre bolótre klodótre – galmen
alsof hij in het frans vervoegde
zijn uitleg van de nederlandse vlag was
– rood is het bloed wit is de man
op het paard die achtervolgd wordt
blauw is de zee – ook had hij iets tegen hik
ik moest dan spuug om mijn grote tenen
en lippen smeren machteloos laten jeuken
tot het over was

poetry43van Tom van As (1932)
Uit: Maatstaf nummer vijf 1988

Bestel een dichtenbundel van Tom van As bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Advertenties

De camembertmethode

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Wakker. In een bed vol slaap.
Waarin ik gedachten wegwoel, zoals ik vroeger
in zee een gat wilde scheppen. Met meisjeshanden
en vrouwendenken: misschien weer niet genoeg
mijn best gedaan.

Of vermoeden dat ik camembert ben. Zachtrond
en melkwit op temperatuur lig te komen tussen de
lakens van klamme gedachten. Langzaam uitlopen.
Honger krijgen van de metafoor en dan
de koelkast leegroven.

Het zó graag willen grijpen, woorden voor wat
niet wil gaan slapen. Woorden voor het oude gat
in het water waarin ik nooit kon verdwijnen.
Naast mij een gedicht in diepe rust,
begint zachtjes te snurken.

poetry43van Frouke Arns (1964)

Bestel een dichtenbundel van Frouke Arns bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Als

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Als
de slager
zijn vinger
verliest
in de gehaktmolen
dan brengt
die vinger
zijn geld op.

Ja ja
slagers
dat zijn kooplui.

poetry43van Jan Arends (1925 – 1974)
Uit: Lunchpauzegedichten. De Bezige Bij 1977

Bestel een dichtenbundel van Jan Arends bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Mijn vader is kok

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Mijn vader heeft een restaurant
Daar kun je heerlijk eten.
De aardappels zijn aangebrand,
Het zout is hij vergeten.

De pannenkoeken zijn er taai,
Ze plakken aan je tanden.
Er is niet aan bestek gedacht;
Je eet maar met je handen.

Mijn vader heeft een restaurant
Maar koken kan hij niet.
De gasten schreeuwen moord en brand
Maar ik roep: hé, niks aan de hand!
Ik haal tien kilo friet.

De gasten in het restaurant
Houden meteen hun mond.
Ik breng de schalen vol patat
Bij alle tafels rond.

Ze eten snel hun borden leeg.
Wat zijn de gasten blij!
Dan roepen ze uit volle borst
drie keer hoera voor mij.

poetry43van Hilly Appel
Bron: Appelpitgedichten

Bestel een dichtenbundel van Hilly Appel bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

De Koffie

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

In ’t Oosterland zijt gij geboren,
In ’t zonnig, ’t weeldrig Oosterland,
O koffie, kostelijke pand,
O koffie uitverkoren.

Opgelet!
Wij hebben hem zelf op het vuur gezet,
En eerst de bonen uitgekozen:

En langzaam en langzaam de trommel gedraaid,
De nijdige, blakende vlamme gepaaid
Bij pozen.
Daar rolt hij nu glanzend en bruin uit zijn kluis,
En rokend
En smokend
Vervult hij met bals’mende geuren het huis.

Tokkelend,
Pakkend,
Brokkelend,
Knakkend
Draait de molen, spuwt en spat;
’t Boontje keert zich,
’t Boontje weert zich,
Onder ’t rad;
’t Boontje voelt zich,
’t Boontje woelt zich
Moe en mat;

Maar het wordt er, klein of grof,
Dra tot gruis en stof.

Luister!
‘k Hoor daar buiten zingen.
Zacht geheimvol is de stem;
Zij heeft kracht noch klem,
En nochtans ik voel ze dringen
Door mijn oor in ’t herte mijn,
Als de zang van ’t vogelijn
In de lente….

Maar neen! wat ik hoor,
’t Is de moor, ’t is de moor
Die zijn liedje daar neurt;
En ruisend
En bruisend
Daar dobbelt het water en roept: ‘’t is mijn beurt!’

O ja! nu opgepast!
De ketel vast,
En ’t kokend water wel gegoten;
En dan uit ’t kopje blank en net,
Gereed daar op de dis gezet,
De kostelijke drank genoten.

O nat! met bruin en goud gekleurd;
O nat! dat zo bedwelmend geurt,
En onze geest naar ’t toverrijk kunt mennen;
Och!
Weet ge, weet ge nog
Wanneer ik u heb leren kennen?

’t Was in mijn jeugd.
Vol lust en vreugd
Ontwaakte in mij een nieuwe leven.
En nu, o zoete warme drank,
Mijn dromen zijn voorbij, zo lang,
Maar gij, gij zijt mij trouw gebleven.

Hoe dikwijls hebt gij door uw macht,
Het grievend leed van ’t hart verzacht!
En in uw kronkelende walmen,
De schoonste en strelendste aller galmen
Uit ’t dichterrijk mij meegebracht.

Ik heb zo lang alleen geworsteld en gestreden,
En arm en onbekend zoo meen’ge hoon geleden
In twijfel, wanhoop, ziel- en lichaamssmart;
En als de moedloosheid mij ’t hoofd en ’t hart kwam drukken,
Kwaamt ge ook mij ’t folterend gedacht ontrukken,
Verkwiktet mij de geest, verlichttet mij het hart.

En dan in ’s werkmans schaam’le woon,
Hoe zuinig steeds, en toch hoe schoon
Staat ge op den blanke dis te prijken!
Verbergt hem zijne naaktennood,
En weekt hem ’t duur gewonnen brood,
En geeft het beet’re smaak dan ’t feestmaal van de rijken.

Daar snelt het talrijk kroost, en komt van oost en west;
En ieder kiest zijn plaats; in ’t kopje smaakt het best,
Waarin men ied’re dag mag smullen.
De moeder komt de kopjes vullen,
En snijdt van ’t brood voor ieder zijn bescheid.
De stukken zijn wel dik, de boter dun gebreid,
Maar ’t is voor allen zo, en niemand zou het wagen
Over ’t sober maal te klagen,
O neen! want ieder maaltijd is een feest.
En gretige kijkers, en blinkende tanden,
En bloeiende lippen, en poezele handen,
Het grijpt en het bijt, ’t lonkt en ’t smakt om het meest.

En tot de laatste beet laat men geen kruimel vallen.
Dan staat men op, en ’t jongste kind van allen,
Heft vroom de handekens te gader
En leest een dankbaar ‘Onze Vader’.

O zoete plant, gezaaid, geboren
In ’t zonnig, weeldrig Oosterland,
O wees gezegend, dierbaar pand,
O koffie uitverkoren!

poetry43van Gentil Antheunis (1840 – 1907)
Uit: Uit het hart! 1874

Bestel een dichtenbundel van Gentil Antheunis bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Ik at jouw brood, dronk jouw wijn: bedelaar

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Ik at jouw brood, dronk jouw wijn: bedelaar,
iemand zonder een cent, binnengehaalde.
Iemand die met woorden geen brood betaalde,
want woorden gaan ver; ze blijven niet waar

ze worden geschreven. Maar in de lucht
hing onze zon en die stelde geen vragen.
Hij maakte licht van onze nachten,dagen:
de wereld was weg en het licht terug.

Toch: dit was het niet. Wij kunnen het weten,
die nu gaan zoals de anderen gaan,
al is er meer dat wij niet meer vergeten

en blijft er van ons-eens altijd iets hangen:
het licht willen zien, de zon willen vangen,
iets afweten van het electrisch bestaan.

poetry43van Hans Andreus (Amsterdam 1926 – Putten 1977)
Uit: De sonnetten van de kleine waanzin( 1957)

Bestel een dichtenbundel van Hans Andreus bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Instructies voor de serveerster

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Haal de glazen en de borden
niet van tafel, veeg
de vlek niet van het tafelkleed! Het is goed om te weten:
anderen gingen mij voor in de wereld.

Ik koop schoenen die door een ander gedragen zijn.
Mijn vriend heeft zijn eigen gedachten.
Mijn geliefde is de vrouw van een man.
Mijn nacht wordt gebruikt door dromen
Op mijn raam staan regendruppels getekend,
andermans krabbels in de kantlijn van mijn boek.
Op het bouwplan van het huis waar ik wil wonen
heeft de architect vreemden getekend bij de deur.
Op mijn bed ligt een kussen met een kuil erin
van een hoofd dat er niet is.

Haal daarom niets
van tafel.
Het is goed om te weten:
anderen gingen mij voor in de wereld.

poetry43van Jehuda Amichai (1924 – 2000)

Bestel een dichtenbundel van Jehuda Amichai bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Op een ‘schommel’

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Eerst heb je sherrykuren ondernomen,
per dag dronk je tenminste driekwart kan…
Na ’n maand was je toch vijf pond aangekomen,
maar ’t voordeel was: je werd er vrolijk van.

Toen moest een waterkuur de uitkomst brengen,
drie liter water daags, zo uit de kraan.
Maar toen je ’t met iets sterkers aan ging lengen,
zat er weer gauw een extra kilo aan.

Een kwarkkuur dan, die zou toch zeker werken,
alleen, zo’n bak vol kwark maakte je flauw.
Dus nam je ’n harinkje om aan te sterken:
dat schonk weer nieuwe pondjes aan jouw bouw.

Turnoefeningen en daarna massage:
wel lekker, maar je kreeg daardoor zo’n trek…
Ook viel je nog voor de aerobic-rage
en bakte thuis dan eieren met spek!

Het staat wel vast, jij wordt toch nimmer mager,
leg je daar nu dan maar gewoon bij neer
en vraag je man, precies als bij de slager:
‘Mag het een ietsje meer wezen, meneer?’

poetry43van Ernst van Altena (1933 – 1999)
Bron: Rijm-Het-Zelf-Gids, Hema 1998

Bestel een dichtenbundel van Ernst van Altena bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Feuille Volante

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Ik moet wat meer op mijn figuur gaan letten,
Want wie wil anders nog met mij in zee?
De meeste jongeheren hebben lak
Aan corpulente mannen met corsetten.

Maar ach, ik zweer bij snijworst en pâté,
Bij suikerbrood en koffie met gebak,
En in de regel maak ik korte metten
Met mijn rollade bij het kerstdiner.

Ik ben een veelvraat, en een maniak
Die al zijn geld aan voedsel wil besteden,
Maar ja, dat kan helaas niet in dit vak.

Zwaarlijvigheid maakt klanten ontevreden
En zorgt voor overlast en ongemak,
Dat weet toch elke heer van lichte zeden?

poetry43Uit: Peter Coret en Robert Alquin, Het lustprieel. 1984

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Winterzang

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

‘k Zie de geele bladers vallen,
met den zomer is ‘t gedaan:
En ‘t gehuil van sneeuw en regen
kondigt ons den winter aan.
Ach! hoe trillen mij de leden,
‘k loop naar ‘t hoekjen van den haart;
Vader zegt: in zulk een koude
dient er hout noch turf gespaard.
o Wij hebben zo veel voorraad
voor den schralen wintertijd;
Daar men mij met warme kleeren
voor den strengen vorst bevrijdt.
Winterpeeren, koel, en appels,
boter vleesch, ja wat niet al,
Ligt er reeds in onze kelder,
Dat ons lekker smaken zal.
Mogt ik nu maar dankbaar wezen,
over mijn gelukkig lot;
Ja ik wil gehoorzaam leven,
en u danken, goede God!
Ja ik wil gedurig denken,
als de koude mij verdriet,
Ach! hoe menig duizend menschen
hebben zo veel voorraad niet.
Ja, ik wil dan wat besparen,
en wat van mijn overvloed
Aan een arrem kindje geven,
dat van honger schreien moet.

poetry43van Hiëronymus van Alphen (1746 – 1803)
Uit: Kleine gedigten voor kinderen. Bezorgd door P.J. Buijnsters
Delta, Amsterdam 1998

Bestel een dichtenbundel van Hiëronymus van Alphen bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!