Lof Van De Pekelharing

“Foodie Poëzie – Culinaire Gedichten„

Een Pekelharingh blanck,
Zwaarlyvigh, dick en lanck,
Dien ’t hoofd is afgeslogen;
Den buyck en rug met een
Heel proper afgesneên,
De vellen afgetogen.

Het grom voorts uitgedaan;
Raauw of wel eens gebraân,
Dan geen ajuin vergeten;
En eer des avonds laat
De zon te bedde gaat,
Met honger opgegeten.

En daartoe dan een stick,
Zoo groot gelijk een mick,
Van roggebrood gekloven,
Is goede medicyn;
Thriakel kan niet zyn
Zoo waardich om te loven.

Een dronck dan smaakt er op,
Bredaas of Haarlems sop,
Of uit de Delftsche kuipen;
Men slaapt daarop gerust,
En kan met nieuwen lust
Vroeg uit de veêren kruipen.

En als men is verzeeuwd,
En zit en gaapt en geeuwt,
Kan hij weêr rustig maacken;
Droogt de catharren op,
Die, boven uit den kop,
In borst en tanden raacken.

De spijs verteerrt hij goed,
En maackt, door suiver bloed,
Recht opgeruimde zinnen.
Wie zou dan dezen visch,
Die zoo weldadig is,
Niet loven en beminnen?

poetry43Anno 1656
van Jacob Westerbaen (1599-1670)

Bestel een dichtenbundel van Jacob Westerbaen bij

Meer culinaire gedichten zijn te vinden op Foodie Poëzie.
Als je nog een ‘Foodie Poëzie’ (culinaire gedicht) kent, mag je dit altijd laten weten via mail!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s