“Eén Van De Vijf Moedersauzen„
Bechamelsaus, ook bekend als witte saus, is één van de vijf moedersauzen uit de Franse keuken, wordt veel gebruikt in gerechten, maar dient ook als basis voor ander sauzen. Het is een witte saus op basis van melk, boter en bloem, waarbij vele smaakvariaties mogelijk zijn door toevoeging van kruiden, specerijen, kaas, tomatenpuree, …
Volgens Larousse Gastronomique is deze witte saus vernoemd naar Louis de Béchameil, markies de Nointel (1630-1703), omdat hij een oudere roomsaus (veloute) perfectioneerde die oorspronkelijk gemaakt werd door François Pierre de la Varenne (1615 – 1678), de kok van Nicolas Chalon du Blé, markies d’Uxelles.
Louis de Béchameil, markies van Nointel (1630 – 1703) was in de 17de eeuw een Franse financier en beschermheer van kunsten, maar was beter bekend als hofmeester van de Franse koning Lodewijk XIV. Hij kende veel van eten en drinken en had een figuurlijke vinger in de pap in de vorstelijke keuken.
|
Klassiek │ Bijgerecht │ 4 personen │ Frankrijk │ Warm |
||
|
Benodigdheden
|
Keukengerei |
|
Bereidingswijze
- Saus binden met een WARME ROUX (zie bereidingstip 1 – 2)
- Smelt de boter in een (saus)pan met dikke bodem op een middelmatig vuur. Laat de boter enkel smelten en warm worden, niet heet worden en niet kleuren.
- Zodra de boter gesmolten is, haalt men de pan van het vuur en voeg men in één keer de gezeefde bloem toe en roert men krachtig met een garde (vooral in de ronde hoek onderaan van de pan) tot je een deeg bekomt (roux): de pan van het vuur halen is belangrijk, anders kunnen er klontertjes ontstaan.
- Laat dit mengsel, terug op het vuur en al roerende, 1 à 2 minuten op een laag vuurtje bakken (drogen), zonder dat het mengsel gaat verkleuren.
- Van zodra je een lekkere biscuitgeur ruikt, voeg je er, van het vuur af, een derde tot maximum de helft van de koude melk bij (zie bereidingstip 2) : als men al de melk ineens in de pan giet zal de saus gegarandeerd mislukken.
- Roer het mengsel met een garde volkomen glad en gaaf, blijf roeren tot er een dikke massa ontstaat. In deze dikke massa is het gemakkelijk om de klontertjes er uit te kloppen. Het mengsel steeds heel goed roeren, ook in de randjes en op de bodem van de pan. Het blijven roeren en kloppen is het geheim van een fluwelen gladde saus.
- Zet men de pan terug op het vuur en brengt men de saus langzaam aan de kook (zet het vuur dus best niet te hoog: laag tot matig vuur).
- Voeg er ondertussen geleidelijk de rest van de melk aan toe totdat de saus de gewenste dikte heeft.
- Laat de saus nog een minuutje of twee doorkoken, om de bloem te garen en de smaak van de bloem te laten verdwijnen.
- Is de saus te dun, laat dan verder doorkoken totdat de saus de dikte heeft.
- Is de saus te dik, voeg nog wat melk toe.
- Breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Voeg een klein beetje citroensap toe aan de saus: zorgt voor frisheid en helpt de vertering.
- Eventueel de saus nog door een puntzeef en een fijne bolzeef halen.
- Saus binden met KOUDE ROUX (korrels – zie bereidingstip 1 – 2)
- Melk op een zacht vuurtje verwarmen (niet laten koken).
- De blanke koude roux (ongeveer 50 gr) beetje bij beetje aan de melk toevoegen, terwijl men met een garde de melk goed omroert.
- Blijven doorroeren tot de binding verkregen is: nog steeds niet laten koken, anders kunnen er zich klonters vormen.
- Breng nu de saus langzaam aan de kook en laat gedurende 2 à 3 minuten doorkoken om de bloem te garen en de bloemsmaak te neutraliseren.
- Ondertussen blijven roeren tot de saus de gewenste dikte heeft.
- Breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Voeg een klein beetje citroensap toe aan de saus: zorgt voor frisheid en helpt de vertering.
- Eventueel de saus nog door een puntzeef en een fijne bolzeef halen.
- Saus binden met MAÏZENA of ANDERE SAUSBINDER (zie bereidingstip 2)
- Doe 1dl koude melk in een kopje en los hier 2 à 3 afgestreken eetlepels maïzena in op.
- Breng de resterende melk aan de kook.
- Voeg geleidelijk en al roerend het koude maïzenapapje aan de kokende melk toe.
- Gedurende 2 minuten laten doorkoken om de bloem te garen en de bloemsmaak te neutraliseren.
- Ondertussen blijven roeren tot de saus de gewenste dikte heeft.
- Breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Voeg een klein beetje citroensap toe aan de saus: zorgt voor frisheid en helpt de vertering.
- Eventueel de saus nog door een puntzeef en een fijne bolzeef halen.
Serveertips
- Serveer warm (zie variatietips).
Bereidingstips
- Pas de dosering van de roux naar eigen inzicht aan, in functie van de gewenste dikte van de saus.
- Basisregel: Warme roux, koude melk overgieten. Koude roux, warm melk gebruiken.
Drankadvies
- Mâcon Wit
|
Variatietips Roomsaus |
|
iNFOeDGE Meer info over |
Ook Interessant
Mousselinesaus |
Sauce Hollandaise |
Mornaysaus |
![]() |
Voel je vrij om te reageren op ieder gepost recept: heb je vragen, aan- of opmerkingen, tips of suggesties over het recept, laat het dan weten: aan KOOKRECEPTEN via mail of aan de lezers (men kan een reactie achter laten op ieder gepost recept of pagina).
KOKEN DOE JE OP GEVOEL – Copyright “KOOKRECEPTEN eenkwestievansmaak”
Mousselinesaus
Sauce Hollandaise
Mornaysaus
Crumble is een gerecht van Engelse oorsprong die zowel in zoete als in hartige versies kunnen gemaakt worden, afhankelijk van de gebruikte ingrediënten, hoewel de zoete versie veel vaker voorkomt. Een zoete Crumble bestaat meestal uit een vulling van gestoofd fruit bestrooid met een kruimelig mengsel van vet (meestal boter), bloem en suiker.
Trifle Met Appel En Calvados
Appelbol
Appels Uit De Oven
Avocadotaart
Rijsttaart
Notentaart
Lekkere soezen met overheerlijke room en gedompeld in goddelijke chocolade.
Banketbakkersroom
Soezendeeg
Desserten
Het deeg zou uitgevonden zijn in 1540 door Panteralli, een Italiaanse chef-kok uit Florence aan het hof van Catharina de ‘Medici. Hij gebruikte het deeg om een taart te maken en noemde het Pâte à Panterelli. Na verloop van tijd veranderde het recept van het deeg en werd de naam van het deeg Pâte à Popelin, omdat het werd gebruikt om Popelins te maken, kleine taartjes gemaakt in de vorm van de borsten van een vrouw. Het deeg werd verder ontwikkelde door een Franse patissier genaamd Avice in de 18e eeuw. De naam van het deeg veranderd in Pâte à Choux, omdat Avice’s broodjes op kleine kooltjes leek, wat Choux in het Frans is. Later heeft
Éclairs
Bijgerechten