“Bestanddeel van een gerecht„
Het ingrediënt zelfst.naamw. Uitspraak: [ɪnxrediˈjɛnt] Verbuigingen: ingrediënt|en (meerv.)
Bestanddeel van een gerecht, wat je nodig hebt volgens het recept Voorbeeld: `De ingrediënten voor de saus zijn vlees, bouillon, room, zout en peper.` …
Aardappelen
Alcoholische dranken
Azijnen
Bindmiddelen
Bloem en meel
Brood en banket
Cacaoproducten
Deegproducten
Fruit en vruchten
Gevogelte
Granen
Groenten
Kazen
Kruiden en specerijen
Niet-alcoholische dranken
Noten en zaden
Oliën
Paddenstoelen
Pasta
Peulvruchten en bonen
Rijst
Rijsmiddelen
Sauzen
Schaal- en schelpdieren
Siropen en stropen
Suikers
Vetten
Vis
Vlees
Vleesvervanger
Wild
Zoetstoffen
Zuivel