“Dit is een naslagwerk van vertalingen van bepaalde woorden uit één taal van twee verschillende landen„
Dit is een pagina met vertalende woorden over eten, koken, ingrediënten, keukengerei …: een Vlaams-Nederlands woordenboek en ik bedoel niet een woordenboek met dialecten. Er wordt bedoeld de standaardtaal van Vlaamstalig België en Nederland, de standaardtaal dat algemeen gebruikt wordt in publieke domeinen in België en Nederland, dat wil zeggen in alle belangrijke sectoren van het openbare leven. Nederlanders en Vlamingen verstaan elkaar over het algemeen prima, maar een enkele keer kan een term tot grote verwarring leiden. Vlaamstalige Belgen en Nederlanders spreken allemaal dezelfde taal – het Nederlands – en toch zijn er verschillen in woordenschat. Ook geeft men aan één bepaald woord verschillende benamingen en hoeft het niet altijd een verschil tussen Vlaams en Nederlands te zijn. Daarom dit beknopt woordenboek van typische Vlaamse woorden en hun Nederlandse equivalenten, maar enkel over eten, koken, ingrediënten, keukengerei … Dit woordenboek zal stelselmatig opgebouwd en geüpdatet worden.
Hier kan jij een enorme rol in spelen! Ken jij een woord met de vertaling, dat te maken heeft met eten, koken, ingrediënten, keukengerei, … laat het weten en het wordt opgenomen in dit naslagwerk!
| Achternoen Ajuin Appelsien Artisanaal |
Namiddag Ui Sinaasappel Ambachtelijk |
| Beenhouwer Boefen Bloemige aardappelen Bloemsuiker Bomma, bonmama Bompa, bonpapa Boterham Bouquet garni Braadpan Braadworsten |
Slager Schransen Kruimige aardappelen Poedersuiker Oma Opa Eén sneetje brood, één plakje brood Kruidentuiltje, kruidenbuiltje Sudderpan Saucijzen |
| Carotte Chapelure Charcuterie Chilipeper Confituur Confituursuiker Cornichon Croque-monsieur Curry |
Peen, wortel Paneermeel, broodkruim Fijne vleeswaren Spaanse peper of rode peper Jam Geleisuiker Augurk Tosti Kerrie |
| Doosopener Droogzwierder |
Blikopener Centrifuge |
| Estaminet | Café, herberg |
| Frangipane Frit Frietkot Frigo |
Gebak met amandelspijs Patat Patatkraam Koelkast |
| Galet Goesting Grossist Gebraad |
Wafel Zin, lust Grossier Fricandeau |
| Hoevekaas Hof Hesp Hachis |
Boerenkaas Tuin Ham* Hachee, gehakt |
| Indoen | Inkopen |
| Korte drank Kalisse Kasserol Kampernoelie Kieken Kippenvlees Knolselder Kotelet Krieken |
Sterke drank Drop; zoethout Pan Champignon, eetbare paddestoel Kip, kuiken Kippenvel knolselderij Ribkarbonade Kersen |
| Look | Knoflook |
| Malt Marmiet Microgolf(oven) Mixen |
Mout Kookpot Magnetron Mengen |
| Nap Noen |
Tafelkleed Middag |
| Ondertas | Schoteltje |
| Paar Passe-vite Patat Peekes Pel Pens Pint Pijpajuin Pladijs Platte kaas Pollepel Praline |
Even Roerzeef, passeerzeef Aardappel Peentjes, worteltjes Schil (Bloed)worst Glas (bier) Lente-, stengel- of bosui*** Schol Kwark Soepopscheplepel, soep opdienlepel Bonbon |
| Refter | Eetzaal, kantine |
| Saus Sauslepel Schuimspaan Sluimerwten Smos Smossen Smout Smout(e)bol Sojascheuten Sperzieboon Spiering Staminee Stoemp |
Jus** Juslepel zeeflepel Peulen Belegd broodje Knoeien Reuzel Oliebol Taugé Prinsessenboon, slaboon, herenboon Halskarbonade Kroeg Stamppot |
| Tas Toespijs |
Kopje (Brood)beleg |
| Vastkokende aardappelen Vijgen na Pasen Vleesbrood Vruchtensap |
Vastkokers Mosterd na de maaltijd Gehaktbrood**** Jus van vruchten |
| Wortelen | Peen |
| Zeer bloemige aardappelen Zwierder |
Afkokers Centrifuge |
**het gedroogde, gepekelde of gerookte vlees van het dikke deel van de achterbout van een varken
*saus die je maakt van boter of olie waarin vlees, gevogelte of wild gebraden is
***deze laatste betekend niet dat ze worden geplukt in een bos, maar staat in de betekenis van bundel, zoals bosje peterselie of een bos bloemen
****een oven-gebakken gehakt in de vorm van een langwerpig brood. Het kan zowel warm als koud gegeten worden